 |
 | | Aantal |
|
 |
Met deze optie kunt u het aangeven hoe vaak de meander zich herhaalt in het patroon.
Min = 1, Max = 100, Startwaarde = 8.
|
 |
 |
 | | Bochten |
|
 |
Met deze optie kunt u het aantal bochten in het patroon aanpassen. Een meander is feitelijk een dubbele spiraal. Hoe meer bochten, hoe ingewikkelder de meander.
Min = 0, Max = 5, Startwaarde = 4.
|
 |
 |
 | | Afwisselen |
|
 |
Met deze optie kunt u een alternerend (of halfsteens) patroon toepassen waarbij elke stip in het midden van de twee erboven liggende stippen wordt getekend.
|
 |
 |
 | | Inverteren |
|
 |
Met deze optie kunt u de voorgrond- en achtergrondkleur omwisselen.
|
 |
 |
 | | Lijnen |
|
 |
Met deze optie kunt u een extra horizontale lijn aan de meander toevoegen.
|
 |
 |
 | | Randen |
|
 |
Met deze optie tekent u een decoratieve rand om de afbeelding.
|
 |
 |
 | | Dubbel |
|
 |
Met deze optie tekent u een dubbele rand om de afbeelding.
|
 |
 |
|
 |
Met deze optie kunt u kleur1 aanpassen.
|
 |
 |
|
 |
Met deze optie kunt u kleur2 aanpassen.
|
 |
 |
|
 |
Met deze optie kunt u kleur3 aanpassen.
|
 |
 |
|
 |
Met deze optie kunt u kleur4 aanpassen.
|
 |
 |
Het gebruik van voorbeeldvensters |
Favorieten en Historie |
 |